Ik ben nooit in Gaza-stad geweest, maar ik weet, dat het veel groter is dan Tilburg, waar Risma en ik wonen. Tilburg telt ongeveer 230.000 inwoners en is verdeeld in een aantal wijken en er zijn zelfs enkele dorpen, die bij de stad horen. De wijk waar ik woon is niet zo groot, maar bestaat ook nog uit twee delen. Dat noemen wij buurten. In mijn buurt wonen heel veel mensen die uit het buitenland komen. Ik praat heel veel met hen. Zo is er een man waarvan de vader uit Turkije komt, die mij zijn broer noemt. Er is ook een mevrouw die eigenlijk uit Marokko komt en ze noemt mij haar vader. Een paar jongens uit Syrië zeggen gewoon Ad. Weer anderen zeggen opa. Een paar keer in de week komen we met een stel mensen bij elkaar in een huis. Dat noemen we ons ontmoetingshuis. Ik hoop, dat Google dat goed vertaald. Iedereen is dan welkom. We drinken samen koffie of thee en voor de kinderen is er limonade. Natuurlijk is er dan een koekje voor iedereen. Soms heeft een van de moeders wat lekkers gebakken waar we met zijn allen wat van eten. Een andere keer hebben enkel moeders soep gemaakt. Over twee weken bestaat het ontmoetingshuis 3 jaar. Het is al versierd voor een feestje.
Terwijl ik dit schrijf moet ik denken aan jullie. Het is daar zoveel anders door de oorlog. Toen ik 10 jaar was leefde ik in Nederlands-Indië. Daar was toen een oorlog tussen Nederland en de Indische mensen. Hun land was vroeger (in het jaar 1602) bezet door Nederland en de Indische mensen wilden hun zelfstandigheid terug. Daar hebben ze toen oorlog om gevoerd en gelukkig ook gewonnen. Vanaf dat moment heet dat land Indonesië. Als jullie willen vertel ik een andere keer wel meer. Laat me het maar horen. Voor nu wens ik jullie heel veel liefs.
Groetjes van Ad.
